






Wat als de permafrost ontdooit?
Wist je dat een kwart van het landoppervlak van onze planeet permanent is bevroren? Deze dikke laag van bevroren grond noemen we permafrost. Maar door de sterke opwarming in het noordpoolgebied is de permafrost steeds meer aan het ontdooien. Hierdoor ontstaan zogenaamde thermokarst-meren: kleine meren waarin smeltwater en oppervlaktewater verzamelt en waar broeikasgassen vrijkomen. Promotiestudent Ove Meisel (Vrije Universiteit Amsterdam) onderzoekt welke rol de meren spelen in het uitstoten van broeikasgassen.
Wat maakt het verschijnsel van thermokast-meren zo interessant?
“Deze smeltmeren ontstaan door het ontdooien van stukken permafrost waar veel ijs voorkomt. Ze zijn onder andere in delen van Alaska en Siberië te vinden. Veel meren zijn zo diep dat hun watertemperatuur boven nul kan blijven. Daardoor is de bodem rondom het meer ook vorstvrij, soms slechts een paar meter, soms tot wel honderd meter. En dat is interessant: als de bodem niet is bevroren, kan plantenmateriaal worden afgebroken waardoor grotere hoeveelheden broeikasgassen vrij kunnen komen.”
Is dat slecht nieuws?
“Permafrost is een snel veranderende omgeving. We weten nog niet hoeveel meer broeikasgassen dit kan opleveren. Maar door klimaatverandering ontstaan er mogelijk wel meer van deze smeltmeren. Dit onderzoek is belangrijk om te weten wat ons te wachten staat.”
Waar kijk je naar in je onderzoek?
“Over het ontstaan en de ontwikkeling van thermokarst-meren weten we nog maar weinig. We willen daarom naar het verleden van deze meren kijken. Daarvoor reizen we naar Siberië en Alaska, en nemen monsters tot een meter diep in de bodems van smeltmeren. Deze sedimenten kunnen we analyseren om het verleden van de meren in kaart te brengen. Ook leveren monsters van de bodem en de omgeving rondom de meren informatie op over de koolstofbalans: als er veel organisch materiaal, en dus koolstof, in de bodem zit, dan vormt dit een potentiële bron voor het vrijkomen van methaan. Daarom werk ik ook samen met andere onderzoekers, zoals Anniek de Jong aan de Radboud Universiteit. Uiteindelijk willen we erachter komen welke rol de meren spelen in het uitstoten van broeikasgassen, en het effect van deze meren op de wereldwijde broeikasgasbalans.”
Hoe belangrijks is dat?
“We weten dat poolgebieden gevoeliger zijn voor klimaatverandering dan andere gebieden. Een wereldwijde temperatuurstijging van een of twee graden resulteert in een veel grotere temperatuurstijging in het poolgebied. En als het gebied in hetzelfde tempo blijft opwarmen, zouden er meer thermokarst-meren kunnen ontstaan.”
En dat zou een tipping point betekenen?
“Als er inderdaad meer smeltmeren ontstaan, dan is de vraag: worden deze meren een afvoerputje voor koolstof, of juist als een bron van broeikasgas? In het laatste geval zullen de meren zeker bijdragen aan een positieve feedback van steeds meer broeikasgas. Uiteindelijk zou dat, samen met andere factoren, kunnen leiden tot een kantelpunt in het wereldwijde klimaatsysteem. Dat maakt dit onderzoek ook zo interessant: het is heel relevant. Het arctische gebied is zo gevoelig voor veranderingen. En tegelijk vind ik het geweldig om naar zulke afgelegen plaatsen te reizen voor het veldwerk.”